In de geschiedenisboeken zal men het jaar 2008 wellicht aanduiden als een kantelmoment, het jaar waarin de financiële crisis uitbrak en het besef doorsijpelde dat er dingen moesten veranderen. Economie, politiek, de financiële sector, huisvesting. Zeker in de ogen van de generatie die toen net afstudeerde of haar eerste stappen op de arbeidsmarkt zette. Voor Gilles Retsin was dat niet anders. Zijn kijk op architectuur veranderde drastisch. 'De bekende digitale avant-gardearchitecten die al voor de crisis actief waren, zijn vooral bezig met vorm. Ze gebruiken computers om almaar exuberantere gebouwen te tekenen en opereren in milieus met onbeperkte budgetten. Zogenaamde starchitects als Zaha Hadid worden geprezen om hun stijl, om hun kunst. Aan de AA (Architectural Association School in Londen, red.) is dat ook vaak de ambitie van de studenten: zelf een starchitect te worden. Ik heb die ambitie niet. Want al ziet dergelijke architectuur er fantastisch uit, meestal heeft ze weinig inhoud en zeker geen sociale agenda. Het is meer een marketingtool voor bedrijven of steden die zich in de kijker willen werken. Van Frank Gehry's Guggenheim Museum in Bilbao tot eender welk project in Dubai: de rol van de starchitect is beperkt tot een voorspelbaar prestigeproject afleveren dat of aan de elite verkocht kan worden of toerisme moet aantrekken.'
...