Modeontwerpster Lisa Konno en regisseur Teddy Cherim reisden samen naar Kenia om te achterhalen wat er gebeurt met kledingstukken die in westerse landen in kledingcontainers worden gegooid. Een zak met afdankertjes in een container dumpen voor het goede doel zet immers een vlindereffect in gang. Verwacht je niet aan een droog onderzoeksproject: de twee jonge Nederlanders lieten zich inspireren door het onderwerp en brengen een genuanceerd beeld.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om een documentaire te draaien over de kleding die we hier in Europa doneren?

Teddy: Tot drie jaar geleden woonde ik in Kenia. Enkele jaren geleden had ik liefdesverdriet en wilde weg uit Amsterdam. Toen Richard in Friends werd gedumpt door Monica ging hij altijd naar Afrika en dat was precies wat ik ook wilde doen. Via via kon ik in Kenia bij een mediabedrijf aan de slag en zonder er lang over na te denken, ben ik naar daar verhuisd.

We kopen hier in het Westen te gemakkelijk nieuwe kleren om erg snel weer weg te gooien

In Kenia zag ik altijd mensen rondlopen in oude voetbalshirts uit Europese landen en andere tweedehandskleding uit die bakken waar wij kleding in werpen. Ik dacht er verder niet over na, tot ik bevriend werd met lokale kleermakers en ze me vertelden dat hun business eronder leed.

Toen Lisa en ik elkaar ontmoetten, dachten we na over een samenwerking. Hoe die eruit zou zien, was nog niet duidelijk, maar Lisa wilde iets doen met kostuums gemaakt van gedoneerde tweedehandskleding. Door er veel over te praten, vielen de puzzelstukjes in elkaar. Het leek ons namelijk interessant om het fenomeen van gedoneerde kleding en de impact op de Keniaanse bevolking te documenteren op een artistieke manier. We hebben mode ingezet als medium om een verhaal te vertellen.

Er bestaan al veel documentaires over de negatieve kanten van de mode-industrie. Wij wilden het anders aanpakken

Lisa: Ook ik heb tijd doorgebracht in Oost-Afrika. Ik werkte als freelancer voor het kledingmerk Afriek en zij hebben een atelier in Rwanda, waar ik twee weken heen ben gegaan om de productie te begeleiden. Ik kwam toen ook in aanraking met de tweedehandsmarkt en de plaatselijke kleermakers die er geld aan verliezen omdat de bevolking door die markt veel goedkoper aan kledij kan geraken.

Er bestaan al best veel documentaires over de negatieve kanten van de mode-industrie. Die vertellen op een heel feitelijke manier of met hartverscheurende beelden wat er allemaal misloopt. We wilden het dus anders aanpakken. En zoals Teddy aanstipte vonden we het boeiend om mode net te gebruiken om iets te vertellen over kleding en hoe we ermee omgaan. Vandaar dus de beelden met mijn creaties gemaakt van tweedehandskledij.

De modewezens van Lisa geven de documentaire een extra laag. 'We hebben mode ingezet als medium om een verhaal te vertellen.' © RV

Hadden jullie op voorhand de indruk dat het algemeen geweten is wat er met kleding uit kledingcontainers gebeurt?

Lisa: Nee, ik denk dat de meeste mensen een vaag idee hebben, maar niet concreet. Wanneer we het vroegen, kregen we steeds het antwoord dat het naar minderbedeelden gaat. Maar wat wil dat eigenlijk zeggen? Er wordt aangenomen dat de kleding die gedoneerd wordt via zo'n containers gratis uitgedeeld wordt aan mensen die er nood aan hebben. Dat het een vorm van handel is, is voor de meeste mensen niet duidelijk.

Teddy: We hebben een hele dag in de regen aan zo'n bak gestaan om te polsen of de mensen weten wat de bestemming van hun kledij is. Eigenlijk was er maar één persoon die wist hoe de vork in de steel zat. We zijn met z'n allen geprogrammeerd om goede doelen te linken aan Christelijke organisaties die de minderbedeelden helpen. Dat het een tweedehandshandel in gang zet, is door de meesten niet geweten. Er zit een professioneel systeem achter, met ophaaldiensten, sorteercentra enzoverder.

Het is zeker geen zwart-witverhaal. Door de documentaire te maken, heb ik er een genuanceerder beeld over gekregen

De topstukken worden eruit gehaald door lokale tweedehandswinkels, want daar kan je nog geld voor krijgen. Dan is er nog een selectie van kwalitatieve stuks voor de Oost-Europese markt. En wat er dan overblijft gaat naar Afrika. Daardoor krijg je opmerkelijke verschuivingen van waarde van merken. Zara wordt in Kenia bijvoorbeeld gezien als een designerstuk.

Wat hopen jullie los te weken bij de kijkers?

Lisa: Enerzijds willen we gewoon echt de reis van de kledingstukken laten zien, anderzijds willen we mensen inspireren om beter na te denken over hoeveel kleding ze consumeren.

Teddy: Het is overduidelijk dat die tweedehandsindustrie een gigantische markt is. We kopen hier in het Westen te gemakkelijk nieuwe kleren om erg snel weer weg te gooien. Ik denk wel dat onze beelden je daar bewust van maken. Onze producer koopt na het maken van deze documentaire zelfs geen nieuwe kleren meer, terwijl hij ervoor altijd de nieuwste Nikes had (lacht).

Het is geen zwart-witverhaal © RV

Kleding doneren is dus eigenlijk niet echt een goede daad?

Teddy: Het is zeker geen zwart-witverhaal. Ik had in het begin een heel negatief gevoel bij de gedoneerde kleding die naar Afrika wordt verscheept. Door de documentaire te maken, heb ik er wel een genuanceerder beeld over gekregen. Het klopt dat de lokale textielindustrie de das wordt omgedaan door die donaties, maar het creëert ook weer nieuwe jobs. Het is een alternatieve kledingindustrie geworden, waar veel mensen afhankelijk van zijn.

We dachten aan de start van onze reis dat de culturele identiteit die verbonden is met mode wordt weggevaagd door onze westerse afdankertjes daar te dumpen. Ook daar zijn we wat van teruggekomen.

Verwacht in onze film geen stappenplan van hoe je het moet aanpakken om het beter te doen.

Lisa: Het was zeker niet onze bedoeling om op een moralistische of belerende manier te tonen wat er gaande is. Daar worden we zelf ook wat moe van. Het was eerder ons plan om met poëtische beelden mensen aan te zetten tot nadenken. Verwacht dus geen stappenplan van hoe je het moet aanpakken om het beter te doen.

Teddy: Als je gewoon opsomt wat er allemaal niet goed is aan ons gedrag, komt dat flauw over. Je wordt tegenwoordig al doodgegooid met cijfers en informatie, waardoor het nog maar weinig indruk maakt. We wilden dus gewoon laten zien hoe enorm de schaal is en wat de gevolgen zijn van een schijnbaar onschuldige handeling, zoals het weggooien van kleding, in de hoop dat mensen zelf tot conclusies komen. Door onze film te zien, zal je beseffen dat het geen goed idee is om hier in het westen goedkope rommel te blijven kopen en weggooien.

Lisa: Het idee is op zich niet slecht, het is gewoon uit de hand gelopen. Kleding doneren via containers is beter dan kleding gewoon in de vuilnisbak gooien of verbranden. Het is dus zeker niet puur slecht. Een vorm van hergebruik en recyclage is beter dan iets rechtstreeks op de vuilnisbelt gooien. Maar denk erover na. Nieuwe dingen blijven kopen en in een bak werpen voor 'het goede doel' maakt kleding weggooien niet plots een goede daad. Laat het geen excuus zijn om aan een gigantisch tempo kleding te consumeren.

Teddy: En vergeet niet dat het uiteindelijk ook in Afrika nog weggegooid kan worden, als niemand het wil op de tweedehandsmarkt. Je bent nog steeds aan het verspillen en er komt door onze verspilzucht nog steeds textielafval terecht op Afrikaanse vuilnisbelten.

De tweedehandskleding in Kenia bepaalt het straatbeeld © RV

Waren er dingen die jullie verrast hebben?

Lisa: Toch wel. Wat me heel erg opviel, is dat de tweedehandsindustrie een impact heeft op het modebeeld in Oost-Afrika. Je ziet er mensen rondlopen in te grote broeken, van een dikke Duitse man, of in T-shirts met prints in het Nederlands. Dat bepaalt heel erg het straatbeeld. Wat ik ook wel leuk vond om te ontdekken, waren de nevenindustrieën. Je hebt kledingmakers die onze tweedehandskleding herwerken tot ze meer binnen hun eigen stijl passen. Zo zie je uniforms van McDonalds gecombineerd met waxprints. Dat geeft een eigen identiteit aan onze afdankertjes. Er zijn ook zeefdrukateliers die merknamen van westerse bedrijven op kleding drukken. Het maakt voor hen niet uit dat je op één T-shirt logo's hebt van Nike, Adidas en Puma. Dat is net cool. Er ontstaan dus ook nieuwe stijlen uit die tweedehandsindustrie.

Ook wordt er selectief gecureerd. Het is niet zo dat de mensen die shoppen op de tweedehandsmarkten zomaar alles willen dragen. Ze interpreteren onze mode op hun eigen manier, die soms erg origineel is.

Teddy: Je zag ook mensen die aan het thriften waren. De middenklasse die op zich wel nieuwe kleding kan kopen, maar net zoals wij graag gaat graven in het tweedehandsaanbod om unieke stuks te scoren.

De documentaire 'Goodwill Dumping' werd op zondag 29 september uitgezonden bij BNNVara op NPO3 en is online te herbekijken. Ook is de film te zien tijdens het Nederlands Film Festival op Vice Night om 20u op 3 oktober. Meer weten over de makers? Surf naar de website van Lisa Konno en die van Teddy Cherim.