Ik ben een tjoolaard (iemand die doelloos ronddwaalt, red.), altijd geweest. Ook op relationeel vlak. Nieuwsgierig van aard en om de een of andere reden altijd wel aangetrokken tot onbetreden paden. Ik hoef niet altijd te weten waar ik uitkom, de gedachte dat ik het niet weet vind ik net prettig. Wellicht kun je mijn liefdesleven 'woelig' noemen. Ik heb een dochter met een man die ik erg graag zag, maar met wie het samenleven vierkant draaide. Later had ik een handjevol liaisons vol blutsen en builen, niet iets waar ik mee verder kon. Ondanks de woeligheid geloof ik dat ik net als iedereen een warme, rijke relatie wil en échte verbondenheid wil voelen.

Op een dag zat ik in de auto met mijn broer en zijn Tinderlief. Ze overtuigden me dat Tinder echt wel een goed idee was; daar waren ze zelf het levende bewijs van. Ik kon daar weinig tegen inbrengen, nam het advies van mijn broer ter harte en maakte een profiel aan. Baat het niet, dan schaadt het niet, dacht ik.

Het leverde me twee dates met mannen op. Dates waarbij ik al in één oogopslag wist: dit is het niet. Ik voelde me simpelweg fysiek niet tot hen aangetrokken. Er moet wel iets zijn. Een manier van kijken, een mooie volle stem, een ontroerende of grappig charmerende tred... Dat was er allemaal niet. Ik liet Tinder een paar weken lang voor wat het was. Tot ik op een luie zondagavond in de zetel nog eens aan het swipen ging. De mannen verveelden me. Vooral de geëtaleerde patserigheid stak. Grappig hoe best wel veel mannen foto's van zichzelf posten met een soort ego-verlengstuk: een motor, een blinkende auto, een gitaar of drumstel, een vers gevangen vis, ja zelfs een ex. Ik moest de drang om naar rechts te swipen soms echt onderdrukken: ik wou hun zeggen dat ze met die foto echt nergens zouden raken. Helder.

In plaats daarvan ging ik naar 'instellingen' en voegde vrouwen toe. Minder helder. Ik sta er zelf nog altijd een beetje van te kijken dat ik dat deed. Nu ik erop terugkijk, vermoed ik dat mijn buurvrouw daar een rol in gespeeld heeft. Ik dacht lang dat ze hetero was; dat bleek fout gedacht. De buurvrouw had wel al eens iets met een vrouw gehad, zei ze me. Op de een of andere manier vond ik dat een aantrekkelijke gedachte.'

De vraag van 1 miljoen

'Zo bevond ik me plotseling scrollend tussen vrouwenprofielen. Ik vond de foto's door de band genomen mooier en aantrekkelijker dan die van de mannen, misschien omdat ze iets zachters hadden. Eén vrouw trok onmiddellijk mijn aandacht, een fotografe. Haar foto's intrigeerden me. Ze stond er nergens hélemaal op, er was telkens slechts een flard van haar gezicht te zien, maar het waren mooie beelden. Vol humor en verbeelding. Een creatieve, fascinerende vrouw, daar voelde ik wel iets voor. Dus swipete ik naar rechts. 'Een match!', schreef ze. 'Ja!', tikte ik terug.

Ik besloot meteen eerlijk te zijn: dat ik eigenlijk hetero ben, dat ik zelf nog niet goed wist wat ik daar deed in die chatruimte. We praatten nog wat, maar niet zo heel lang. We prikten snel een datum. Ik zou naar haar tentoonstelling gaan en een privérondleiding krijgen. Het weer besliste daar anders over. Er stond een strakke wind en we besloten de uitstap te sparen voor later. In plaats daarvan kwam ze naar mij toe voor een koffie. Ik herinner me de deurbel, ik die opendeed en dacht: wow, wat een mooie vrouw. Ik vond haar ogen prachtig, indringend en groen. Ze droeg een mooie groene jas die haar blik onderstreepte.

De mannen op Tinder verveelden me. Al die foto's met hun motor, een drumstel of vers gevangen vis. Dus besloot ik vrouwen toe te voegen.

Later, toen ik iets met haar had en daarover vertelde in mijn omgeving, zei menige vrouw: 'Ik zou het niet kunnen, met een vrouw zijn.' Mijn repliek daarop was steevast: 'Dat zeg je omdat je het nog nooit geprobeerd hebt.' Erotiek vind ik als eten en drinken: essentieel en onmisbaar. En hoewel ik mezelf eigenlijk als hetero zie, voelde ik me wel degelijk tot haar aangetrokken. Ik zie het zo: er staat iemand voor je die jij fysiek aantrekkelijk vindt. Er is een openheid, dat weet je van elkaar, en degene die voor je staat, vindt jou aantrekkelijk, laat je dat voelen. Een beweging die automatisch een soort van erotisch magnetisch veld creëert. Zij installeerde iets, en ik werd er als vanzelf in meegetrokken. Klinkt misschien vreemd, maar ik denk dat het zo ging. Heel veel ging vanzelf. En snel, heel erg snel. We zaten op een trein die met een rotvaart reed en waren allebei heel content met het ticket. Ik durf zelfs te zeggen 'euforisch'.

Ik stuurde mijn broer na enkele weken al een sms: 'Bedankt voor de Tindertip. Het was een groot succes. Ik ben met een vrouw nu.' Hij kwam niet meer bij en ik ook niet. 'Van een bommetje gesproken, de familie Tinder!' En ook nog: 'Wij zijn blij voor je.' Waarmee hij simpelweg zijn goedkeuring gaf.

Alles ging simpel. Ik vertelde het aan mijn tienerdochter. Ze vond het wonderwel meteen oké, maar voegde er snel aan toe: 'Hebben jullie al gevreeën?' De vraag van één miljoen, de vraag die niemand durfde te stellen. Van mijn stuk gebracht door haar directheid, loog ik: 'Nee, alleen nog maar gekust.' Gelukkig vroeg ze niet verder.

Ook aan mijn moeder moest ik het kwijt. Ik wilde mijn goede nieuws delen. Taboe of niet, eerste keer of niet, het kon me weinig schelen. Mijn moeder en ik slenterden door de winkelstraten van Gent. En plots, in de rij aan een kassa, voelde ik een opstoot van deeldrang en zei boudweg dat ik een lief had én dat het een vrouw was. Mijn moeder keek verschrikt, speelde haar jas uit en zei: 'Ik krijg het er warm van.' Ze mompelde ook nog: 'Wat zal pappie daarvan denken.' Mijn moeder is een West-Vlaamse, een perfect normale reactie dus.'

Lotte is een springer. Ze nam me bij de hand, ik deed mijn ogen dicht en sprong mee.

Eroderende liefde

'Het is best confronterend, om dit hier allemaal te vertellen. We geloofden er zo hard in, Lotte en ik. Op een bepaald ogenblik vertrouwde ze me toe dat ze zichzelf ooit zag trouwen met mij. Ik zag het ook. Het was iets wat ik visualiseren kon, een beeld waar ik gelukkig van werd. Ik geloof dat de rust die ik zo hard voelde in haar nabijheid mij zo aantrok. Haar geloof in ons. Lotte is een springer. Ze nam me bij de hand, ik deed mijn ogen dicht en sprong mee. 'Je gelooft voor twee', zei ik.

Ik geloofde écht dat zoiets kon. Ik sprokkelde ook overal verhalen, verhalen van heterovrouwen die ergens en route iets begonnen met een vrouw en daar zoveel jaar later nog altijd gelukkig om waren. Ik zag en vond ze overal, de verhalen. Een beetje zoals een zwangere vrouw plotseling overal zwangere vrouwen ziet.

Twee maanden duurde onze romance. Het was van een mooi soort intensiteit, en tegelijkertijd had het die heerlijke rust waar ik erg naar verlang. Maar nu blijkt dat ik er toch geen zal worden; zo'n heterovrouw-gelukkig-samen-met-een-andere-vrouw. De liefde verdween, brokkelde af. Verschrikkelijk vond ik dat, maar het was niet tegen te houden. Ik kijk er met een zekere tristesse op terug.

Onlangs hoorde ik een man op de radio zeggen dat erotiek soms kan eroderen. Ik wist toen dat ik daar beland was: de erotiek was geërodeerd. Verdwenen door een samenspel van complexe processen, weggewaaid en verweerd tot er niks meer van restte. Een meedogenloze gedachte.'

Een lagere versnelling

'Hoe kort ook, Lotte en ik hadden veel samen. Ze nam continu foto's, als om onze liefde vast te leggen of te versieren. Het gaf onze relatie een extra dimensie, extra glans. We zouden later, binnen het jaar, samen exposeren. Zij beeld, ik tekst. Mooi complementair, een organisch geheel. Ik durfde het allemaal. Ik ging van een eerste swipe naar rechts, naar een eerste kus, een eerste streel, naar dromen over een expositie en trouwen, naar de eerste keer vertellen aan de buitenwereld, tot er niets anders restte dan een geërodeerd hoopje. (zucht)

Toch voel ik geen spijt. Hoe dan ook niet van de relatie, wel van de vaart. We hadden niet zo fel moeten gaan, denk ik nu. In vijfde versnelling leven is gevaarlijk. We maakten brokken onderweg. Lotte bleef erin geloven. Het deed haar pijn dat het toch niet zijn kon. En ik werd bang. Bang van mijn gevoel, dat ik er blijkbaar niet op vertrouwen kan. Maar hoe moet het dan wel, vraag ik me nu af: wat als een mens zijn eigen gevoel niet meer geloven kan?

Ik neem het mee naar nu en later, dat ik voorzichtiger moet zijn, niet zo snel mag gaan. Ondertussen ben ik samen met een man die ik ken van in de buurt. Ik nodigde hem uit op kerstavond, als 'eenzame', nu houden we elkaar gezelschap. Mijn lief durf ik hem niet te noemen. Voorlopig label ik het als 'affaire' omdat er van springen geen sprake is. We vrijen de pannen van het dak en genieten daarvan. Met heel veel respect, warmte en iets van een graag zien. Dat volstaat voor nu.

Alweer weet ik niet waar ik landen zal: eens een tjoolaard, altijd een tjoolaard en ondanks alles voelt dat toch juist aan.'