In 2015 bestudeerde Wendy Erb, antropoloog aan de Rutgers University enkele dieren in Borneo toen vlakbij de jaarlijkse bosbranden begonnen, vaak aangestoken om land vrij te maken voor kleine boeren of plantages.

Na enkele weken ontdekte ze dat de typische roep van de mannetjes was veranderd. 'Het klonk meer raspend, zoals bij mensen die veel roken', zegt ze.

Mannetjes

Erb besloot te onderzoeken of de rook die de dieren inademen door de branden hun gezondheid kon aantasten. Daarvoor bestudeerde ze vier grote mannetjes: ze controleerde dagelijks hun urine en bestuurde hun gedrag.

Daaruit bleek dat de mannetjes zich minder verplaatsten, meer rustten en meer calorieën consumeerden dan normaal. Bovendien bleken ze meer vetzuren af te breken, wat normaal gebeurt in periodes waarin er weinig voedsel is. Dat is vreemd, want de apen aten net meer.

Turf

Het enige nieuwe element in het leven van de dieren waren de drie maanden van vuur en rook. De bodem onder de wouden bestaat uit brandbaar turf, waardoor de branden wekenlang ondergronds door kunnen gaan. In 2015 was het brandseizoen ernstiger dan normaal door een ernstige droogte in de regio.

Uit bodemanalyses bleek dat bosbranden duizenden jaren geleden al voorkwamen in Borneo, maar dat ze in de laatste decennia steeds frequenter en intenser werden, mede door de ontbossing en het draineren van draslanden. De bosbranden zijn nefast voor het ecosysteem, stoten enorme hoeveelheden broeikasgassen uit en doen de wereldwijde luchtvervuiling toenemen. Uit twee onafhankelijke studies blijkt dat de Indonesische bosbranden van 2015 wereldwijd tussen twaalf- en honderdduizend vroegtijdige overlijdens veroorzaakten.

Rook

Het onverwachte verlies van bijna honderdduizend orang-oetans uit intacte wouden tussen 1999 en 2015 wijst er op dat niet enkel de krimpende habitat de teloorgang van de soort in de hand werkt. De toenemende blootstelling aan giftige rook kan ernstige consequenties hebben voor de orang-oetans, andere dieren en mensen, en de wetenschappers pleiten daarom voor verder onderzoek naar de impact van de bosbranden.

Hoogleraar Antropologie Erin Vogel, die meewerkte aan de studie, zegt dat nu meer onderzoek nodig is naar vrouwtjes en jonge dieren om de impact op hun gezondheid in kaart te brengen. 'We zullen de verschillende indicatoren voor ontsteking in de urine onderzoeken', zegt ze. 'We gaan op zoek naar cytokines, proteïnen die deel uitmaken van de immuunrespons, en cortisol, een hormoon dat gepaard gaat met stress. Het is mogelijk dat de mannetjes vet verbranden omdat ze energie spenderen aan het herstel van weefsel.'